AI-fotoCourgettebloemen in bierbeslag
Knapperige courgettebloemen gedoopt in een luchtig bierbeslag en goudbruin gefrituurd.
Labels worden automatisch bepaald op basis van de ingrediënten en kunnen onjuist zijn. Controleer de verpakking als dit voor jou belangrijk is.
Ingrediënten
- 16 stuks Courgettebloemen
- 125 g Bloem
- 220 ml Bier
- 1 el Olijfolie
- 10 g Zout
- Zonnebloemolie naar smaak
Stappen
Verwijder de middelste stamper, het steeltje en het puntje van de bloemen. Was de bloemen grondig in veel water en droog ze goed af.
Zeef de bloem in een kom, voeg het bier toe en klop alles met een garde tot een gladde massa.
Voeg de olijfolie en het zout toe aan het beslag en roer tot een glad en egaal beslag ontstaat.
Verhit voldoende zonnebloemolie om te frituren.
Doop de courgettebloemen in het beslag en laat ze voorzichtig in de hete olie zakken.
Frituur ze aan alle zijden goudbruin.
Leg de gefrituurde bloemen op keukenpapier om overtollige olie te verwijderen en serveer warm.
Wat is aangepast
We hebben Zonnebloemolie vervangen door de lokaal gangbare frituurolie.
Dit is geen stoofpot waar de tijd het werk doet. Dit is een kwestie van seconden: beslag erin, olie erin, eruit. Alles hangt af van drie dingen die niets met een klok te maken hebben: hoe droog je bloem was voor ze de olie in gaat, hoe koud je beslag is, en hoeveel ruimte de olie heeft om warm te blijven als de bloem erin gaat. Mis een van die drie en je krijgt geen crispy wonder maar een papperig, oliedrinkend prutje.
Een courgettebloem is bijna alleen water en lucht, met een beetje blaadjes eromheen. Dat is meteen het probleem en de reden waarom dit gerecht zo kort op het fornuis staat: er is bijna niets te garen, er is alleen een jasje dat knapperig moet worden voordat de bloem zelf gaat verweken. Daarom gaat het niet om «hoeveel minuten frituren» — dat is de verkeerde vraag hier net zo goed als bij een stoofpot. Het gaat om kleur: blank beslag wordt lichtgeel, dan goud, dan is het klaar. Verder wachten is verbranden.
Sommigen zeggen: hoe dikker het beslag, hoe beter het beschermt. Nee, want een dik beslag is juist een probleem: het blijft langer vochtig aan de binnenkant terwijl de buitenkant al bruin is, en dan eet je deeg met een bloem erin verstopt in plaats van een bloem met een laagje deeg. Dun beslag, snel gaar, dat is het hele punt.
Het bier in het beslag is geen smaakgrap. Koolzuur in het beslag betekent luchtbobbels die meteen uitzetten zodra ze de hitte van de olie voelen — dat is wat het jasje licht en bros maakt in plaats van dicht als een pannenkoek. Heb je geen bier in huis, dan werkt koud bruiswater met een beetje extra bloem ook, al mis je dan de lichte bitterheid die bier meegeeft. Plat bier: niet gebruiken, dat heeft zijn werk al gedaan en helpt je niet meer.
De olijfolie in het beslag zelf is klein in hoeveelheid maar niet zonder functie: een beetje vet in het beslag maakt het minder waterig aan de tong en helpt het los van de olie laten na het frituren, zodat je bloem niet blijft plakken aan het frituurmandje of elkaar. Je kunt het weglaten als je niets anders hebt, het beslag wordt dan iets minder soepel, maar het gerecht mislukt er niet op.
Over de bloemen zelf: dat middelste stampertje en het steeltje moeten eruit, niet uit netheid maar omdat die delen bitter en houtig zijn en niet garen in de paar seconden die de rest krijgt. Wassen moet, maar dan ook echt goed drogen — vocht op de bloem verdunt je beslag plaatselijk en dat is precies de plek waar de olie straks spettert en de bloem vochtig blijft. Dat is de echte oorzaak van spattende olie bij dit gerecht, niet de olie zelf.
Voor de zonnebloemolie: de hoeveelheid wordt niet in milliliters gegeven en dat is geen nalatigheid, dat is omdat het afhangt van je pan. Je hebt genoeg nodig dat de bloem vrij kan zwemmen en niet de bodem raakt, anders gaart hij ongelijk en ligt het beslag plat in plaats van rond de bloem. In een gewoon huishoudelijk fornuis betekent dit meestal een pan met een paar centimeter olie, niet een frituurketel vol. Let op de temperatuur van de olie via wat je ziet: gooi een klein restje beslag erin, bruist het meteen met kleine belletjes naar boven, dan is het klaar. Blijft het stil liggen, dan is de olie nog te koud en zuigt de bloem olie op in plaats van te bakken.
Zout gaat in het beslag, niet achteraf eroverheen gestrooid — dat geeft een gelijkmatiger smaak door de hele hap heen in plaats van een zoute rand aan de buitenkant.
Dit is een gerecht zonder geduld in de zin van wachten, maar met geduld in de zin van aandacht: je staat erbij, je kijkt naar de kleur, je haalt eruit zodra het goud is. Weglopen naar de telefoon kost je hier meer dan bij een stoofpot, want hier is er geen marge van een kwartier, er is een marge van een paar seconden.
·