Taart met worstjesAI-foto

Taart met worstjes

Een hartige taart met bladerdeeg, worstjes, aardappel en mozzarella.

Porties: 4 Voorbereiding 5 min Bereidingstijd 40 min Bakken
VegetarischBevat: gluten, melk, eieren
Labels worden automatisch bepaald op basis van de ingrediënten en kunnen onjuist zijn. Controleer de verpakking als dit voor jou belangrijk is.

Ingrediënten

Taart met worstjes — ingrediënten: Bladerdeeg (zonder gist), Worstjes, Aardappel, Mozzarella, Paneermeel, Olijfolie

Stappen

  1. Leg het eerste blad bladerdeeg in een bakvorm en prik de bodem in met een vork.

  2. Bestrooi de bodem met een handje paneermeel.

  3. Verdeel er de gesneden aardappel, de gesneden worstjes en de in blokjes gesneden mozzarella overheen.

  4. Besprenkel met een beetje olijfolie.

  5. Dek af met het tweede blad bladerdeeg, knijp de randen dicht en bestrijk met eidooier.

  6. Bak op 180 graden.

    40 min

Dit is in feite een gevulde bladerdeegtaart, een soort pastei: twee vellen deeg met daartussen worst, aardappel en kaas. Het idee is simpel en komt uit dezelfde logica als een loempia of een pasteitje: deeg is een draagbare oven-in-de-oven, het sluit vocht en smaak op en laat ze stoven terwijl de buitenkant knapperig wordt. Precies daarom moet je weten waar dit gerecht van afhangt: van hoe dun je de aardappel snijdt en hoe goed je de deeglaag afsluit, niet van een stopwatch.

De aardappel is hier de spelbreker als je niet oplet. Rauwe aardappel heeft tijd en vocht nodig om gaar te worden, en die tijd is precies wat de bovenste deeglaag niet heeft zonder te verbranden. Dus snijd de aardappel dun, bijna muntdun, als een chip. Dun betekent: het licht schijnt er een beetje doorheen als je de plak omhoog houdt. Dik gesneden aardappel is de nummer één reden waarom zo'n taart er buiten goudbruin uitziet en van binnen nog knarsend is.

Gaarheid zie je aan de bovenkant: die gaat van bleek geel naar diep goudbruin, met hier en daar een donkerder randje waar het eidooier extra gekaramelliseerd is. Dat is je teken, de veertig minuten zijn de ondergrens, geen eindpunt. Een gewone huishoudoven verwarmt ongelijk — vaak is de achterkant heter — dus kijk op het laatst even of de taart niet scheef bruint, en draai de vorm desnoods een kwartslag.

Het bladerdeeg zelf is de constructie, niet de smaak: het moet vooral koud de oven in gaan, want bladerdeeg rijst door waterdamp die tussen de boterlaagjes ontstaat, en dat werkt alleen als het deeg nog koud en stug is wanneer de hitte erop valt. Vandaar ook het inprikken van de bodem met een vork: dat is geen decoratie, dat voorkomt dat er een luchtbel onder de vulling ontstaat die de hele bodem omhoog tilt en loslaat van de rest. Heb je geen bladerdeeg zonder gist, dan werkt gewoon bladerdeeg ook, het verschil zit in iets taaiere, minder luchtige lagen — de gistvrije variant is krokanter en breekt makkelijker.

Paneermeel onderin lijkt een kleinigheid, maar het is een vochtregelaar: de aardappel en de worst laten tijdens het bakken sap los, en zonder iets dat dat sap opneemt, wordt de bodem papperig in plaats van bros. Heb je geen paneermeel, dan voldoet in principe alles wat droog is en vocht bindt — een dun laagje geraspte oude kaas doet hetzelfde werk en geeft er nog smaak bovenop.

De worstjes geven vet en zout, en dat vet is precies wat de aardappel tijdens het garen helpt: het vet smelt uit en trekt tussen de plakjes aardappel, en dat is zowat de enige "saus" die deze taart heeft. Kies dus geen heel magere worst, die mist dat mechanisme. Mozzarella smelt bij een relatief lage temperatuur al en wordt daarna snel taai en draderig als hij te lang in de hitte blijft; dat is minder een probleem hier omdat hij tussen de lagen beschermd zit tegen de felste hitte, maar het verklaart waarom je de kaas in blokjes snijdt in plaats van raspt — blokjes houden langer vocht en structuur vast dan rasp, die meteen wegsmelt.

Het dichtknijpen van de randen is het scharnierpunt van het hele recept. Sommigen denken dat een pasteitje vanzelf dicht blijft door het gewicht van het deeg erboven — dat klopt niet. Stoom van de vulling zoekt de zwakste plek, en een losse rand is precies die zwakke plek: de taart gaat openstaan, het vocht verdampt waar het niet moet, en de vulling droogt uit terwijl de randen juist aanbranden. Druk de randen dus echt dicht, met een vork of je vingers, tot je een duidelijke naad voelt.

Het eidooierlaagje is er niet voor de smaak maar voor de kleur: eigeel bevat eiwitten en suikers die bij hitte bruinen (dat is dezelfde reactie als bij gebakken vlees), en zonder die laag blijft het deeg bleker en minder glanzend, ook al is het net zo gaar. Heb je geen ei over, dan geeft een beetje melk of een lepel room ook een lichte glans, zij het minder diep van kleur.

Voor vier mensen is dit een hoofdgerecht, zeker met een simpele salade ernaast — in een Nederlandse keuken waar de aardappel meestal los bij het avondeten hoort, is dit eigenlijk het avondeten al in één stuk, aardappel en vlees en bijgerecht ingebakken. Geduld is hier het enige echte ingrediënt dat je niet kunt vervangen: laat de taart na het bakken vijf minuten rusten voor je snijdt, anders loopt al het vrijgekomen vet er meteen weer uit en blijft de bodem toch nat.

Dit recept rapporteren hello@fridge.menu