AI-fotoIndiase kerrie met kip
Een pittige Indiase kerrie met kip, gemarineerd in yoghurt en limoensap, gestoofd met tomaat en kokosmelk.
Labels worden automatisch bepaald op basis van de ingrediënten en kunnen onjuist zijn. Controleer de verpakking als dit voor jou belangrijk is.
Ingrediënten
- 400 g Kipfilet
- 100 ml Griekse yoghurt
- 1 stuks Limoen sap ervan
- 3 el Kerriepoeder medium pittig
- 1 tl Kaneel gedroogd
- 0.5 tl Kruidnagel gedroogd
- 1 tl Kardemom
- 2 teentje Knoflook fijngesneden
- 1 el Gember fijngeraspt
- 2 stuks Ui grof gesneden
- 400 g Tomatenblokjes uit blik
- 1 stuks Paprika in grove blokjes gesneden
- 400 ml Kokosmelk
- 1 snufje Chilipeper optioneel - naar smaak
- 3 el Olijfolie
- Zout naar smaak
- Zwarte peper naar smaak, vers gemalen
om te serveren

- 1 stuks Limoen in partjes gesneden, voor het serveren
- 1 bosje Koriander vers
- 300 ml Basmatirijst gekookt volgens de verpakking
Stappen
Snijd de kipfilet in stukjes van 2×2 cm, meng de yoghurt met het limoensap en laat de kip minstens 2 uur, of liever tot de volgende dag, marineren.
120 minVerhit de specerijen in een droge pan en roer tot ze geurig worden. Zet het vuur lager, voeg de olie, ui, knoflook en gember toe en bak al roerend tot de ui zacht en goudbruin is.
Voeg de kip met de marinade en de gesneden tomaten toe. Meng en laat zonder deksel ongeveer 15 minuten sudderen, of tot de kip gaar en mals is.
15 minVoeg de paprika en de kokosmelk toe en verwarm goed door. Breng op smaak met limoensap, zout en peper, en eventueel wat chili of cayennepeper.
Serveer met rijst en verse koriander, en eventueel met naanbrood.
Dit is in feite geen Indiaas gerecht maar een Europese interpretatie daarvan, een "curry" zoals die in elke Nederlandse supermarkt met dat kerriepotje wordt verkocht: kip, ui, tomaat en kokosmelk, gebonden door droge specerijen die je eerst wakker maakt in de pan. Het succes hangt af van drie dingen: hoe lang de kip in yoghurt en limoen trekt, hoe geduldig je de ui laat garen, en of je de kip niet te lang laat koken zodra ze eenmaal gaar is.
De yoghurt-marinade is geen smaakmaker op zich, het is een zuur bad. Het zuur (yoghurt plus limoen) breekt de eiwitstructuur van de kip iets open, zodat ze malser wordt en de specerijen er dieper intrekken. Twee uur is het minimum, tot de volgende dag is beter: dit is traag werk, er is geen sneller alternatief, en wie het overslaat proeft droge kip met specerijen er alleen aan de buitenkant.
De rest van het gerecht draait om wat er in de pan met de ui gebeurt. Specerijen droog verhitten voordat er vloeistof bijkomt is geen folklore, het is chemie: de aromastoffen in kaneel, kruidnagel en kardemom zijn vetoplosbaar, ze geven pas hun geur vrij bij droge hitte of in olie, niet in water. Je ruikt het moment zelf: eerst stof, dan plots een volle, warme geur. Dát is je signaal, geen klok.
Zet daarna het vuur lager en voeg olie, ui, knoflook en gember toe. Hier is geduld het echte ingrediënt. De ui moet van hard en wit naar zacht en goudbruin, en dat gaat niet op hoog vuur — dan verbrandt de buitenkant terwijl de binnenkant nog bijt. Op een gewoon huishoudelijk fornuis, zonder de hitte van een professioneel wokstel, betekent dat: middelgroot tot laag vuur en tijd geven, al roerend. Je ziet het gebeuren, je hoeft niet te gokken.
Sommigen zeggen dat je de kip op hoog vuur moet schroeien voor "smaak door karamellisering". Nee, want hier wordt de kip ná de ui, samen met de marinade en tomaten, zachtjes gesudderd zonder deksel — dat is geen schroeistap maar een gaarproces op laag, gelijkmatig vuur. Schroei je de kip toch eerst fel aan, dan verlies je precies het vocht dat de marinade erin heeft gebracht, en begin je weer bij droge kip. De vijftien minuten in de recept zijn de ondergrens: de echte maat is dat de kip vast maar mals is, niet rubberachtig, niet droog.
De kerriepoeder is het hart van het gerecht en meteen het punt waar vervanging het makkelijkst gaat: je zoekt een mengsel met warmte (kaneel, kruidnagel, kardemom zitten daar al los bij) en een beetje bitterheid van kurkuma en komijn. Een eigen mengsel van kurkuma, komijn, korianderzaad en een beetje chili werkt net zo goed, zolang je het eerst droog of in de olie opwarmt zoals bij de losse specerijen. Chilipeper is apart toegevoegd omdat pit een individuele smaak is, geen vast onderdeel — je voegt hem toe aan het eind, proevend, niet bij het begin blind meekokend.
Tomatenblokjes uit blik zijn hier praktischer dan verse tomaat: ze zijn constant van zuurgraad en vocht, het hele jaar door, wat bij verse tomaat in de winter niet gegarandeerd is. Kokosmelk komt pas laat erbij, na de paprika, simpelweg omdat kokosmelk bij lang doorkoken kan gaan schiften en zijn gladheid verliest — hij moet warm worden, niet koken.
Rijst hoort hierbij omdat de saus vloeibaar genoeg is om opgenomen te worden; een Nederlandse gewoonte om er aardappelen bij te zetten werkt minder goed, aardappel neemt die dunne, kruidige saus niet op zoals rijst dat doet. Wil je toch iets uit eigen keuken toevoegen, dan is brood — zoals bij ontbijt of lunch gewoon is — een redelijker aanvulling dan aardappel, al noemt het recept zelf naan als optie, en dat is om precies diezelfde reden: brood om de saus mee op te vegen.