AI-fotoTaart met aubergine
Hartige bladerdeegtaart met aubergine, zongedroogde tomaten, zwarte olijven en provolone.
Labels worden automatisch bepaald op basis van de ingrediënten en kunnen onjuist zijn. Controleer de verpakking als dit voor jou belangrijk is.
Ingrediënten

- 1 stuks Bladerdeeg
- 300 g Aubergine
- 100 g Zongedroogde tomaten
- 300 g Provolone
- 150 g Zwarte olijven zonder pit
- Zout naar smaak
- Zwarte peper naar smaak
- Parmezaanse kaas naar smaak
Stappen
Rol het bladerdeeg uit in een met boter ingevette vorm van 26 cm doorsnee en prik de bodem in met een vork.
Was de aubergines, schil ze en snijd ze in zeer dunne plakjes.
Bouw de taart op in lagen: begin met de helft van de aubergine, breng op smaak met zout en peper, en voeg de helft van de zongedroogde tomaten en olijven toe.
Leg hierop de helft van de provolone, in plakjes gesneden.
Herhaal de lagen met de rest van de ingrediënten: aubergine, zout en peper, zongedroogde tomaten, olijven en provolone.
Werk af met een laag geraspte parmezaanse kaas, knijp de randen dicht en schuif de taart 35 minuten op 175 graden in de oven.
35 minServeer de taart warm aan tafel.
Dit is eigenlijk een hartige taart, en het mechanisme erachter is simpel: bladerdeeg als bakvorm van zichzelf, en daarbinnen een laag op laag van groente die vocht moet kwijtraken voordat hij gaar genoemd mag worden. De aubergine is de spil. Snijd je hem te dik, dan blijft hij taai en nat onder de kaas, hoe lang je ook bakt. Dun gesneden — echt dun, bijna doorschijnend — geeft hij zijn vocht af aan de hitte van de oven en wordt hij zacht genoeg om met een vork door te prikken zonder tegenstand.
Waar het gerecht van afhangt is dus niet de klok maar de snede. Dunne plakjes garen tegelijk met het deeg eronder; dikke plakjes blijven rauw terwijl de bodem al bruin is. Dat is de reden achter de instructie «zeer dun snijden», niet een kwestie van netheid maar van gaartijd die moet kloppen met die van het deeg.
De lagenopbouw — aubergine, tomaat, olijf, kaas, en dat tweemaal — is geen decoratie maar verdeling van vocht en zout. Zongedroogde tomaat en olijf zijn allebei zout en geconcentreerd; ze geven smaak af zonder veel extra vocht, zodat de taart niet drassig wordt. De kaaslaag bovenop sluit alles af en wordt het teken dat je zoekt: goudbruin en bubbelend, dat zegt meer dan een getal op de oven.
Het bladerdeeg is de drager, en zijn taak is dubbel: hij moet knapperig worden onderaan, maar ook de vochtige vulling kunnen dragen zonder door te zakken. Daarom prik je de bodem in met een vork — niet uit gewoonte, maar om stoomvorming tegen te gaan die anders bubbels onder de vulling duwt en de bodem laat optillen. Heb je geen kant-en-klaar bladerdeeg, dan werkt ook bladerdeeg dat je zelf hebt uitgerold uit een blok, zolang het koud genoeg blijft tot het de oven ingaat — koud deeg geeft laagjes, warm deeg wordt een koek.
De provolone is de smeltende, bindende laag. Het criterium is: een kaas die smeert en draadjes trekt bij hitte, niet te droog, niet te scherp, zodat hij de lagen aan elkaar houdt zonder de aubergine te overheersen. Mozzarella kan die rol overnemen, of een jonge Goudse als je in een gewone Nederlandse keuken wilt blijven winkelen — het punt is smeltgedrag, niet het etiket.
Zongedroogde tomaten en zwarte olijven zijn er voor zuurgraad en zout, in geconcentreerde vorm. Ze zijn gedroogd of ingelegd, dus ze voegen weinig extra vocht toe — belangrijk in een taart waar vocht de vijand is. Vervang ze met iets dat dezelfde twee dingen doet: een scherpe, zure component en een zoute, vette component. Kappertjes en gedroogde paprika zouden bijvoorbeeld hetzelfde werk doen.
Over het fornuis: een gewone Nederlandse huisoven haalt 175 graden zonder problemen, dat is geen hoge eis. Waar huishoudens verschillen is de gelijkmatigheid — sommige ovens hebben hete hoeken. Kijk daarom naar de kaas boven, niet naar de klok: wordt hij donkerder dan goud, bijna roodbruin aan de randen, dan is de taart klaar, ook al staat de wekker nog niet op 35.
Een mythe die hier meespeelt: sommigen zeggen dat je aubergine eerst moet zouten en laten uitzweten voor je hem in zo'n taart gebruikt. Nee — dat is nuttig bij dikke plakken die anders bitter en waterig blijven, maar bij plakjes die al zo dun zijn dat ze doorschijnend worden, verliest de aubergine zijn vocht toch al snel genoeg in de oven. Het zouten dat in de stappen staat, bij het opbouwen van de lagen, doet daar al voldoende werk.
Geduld zit hier vooral in het snijden, niet in het wachten. Haastig en dik gesneden aubergine is de meest voorkomende reden dat zo'n taart na een half uur bakken nog een nat, slap midden heeft terwijl de rand al zwart wordt. Neem de tijd voor dat mes, dan hoef je de oven niet te vertrouwen om iets recht te zetten wat bij het snijplankje al misging.