Rundvleesragout in pindasausAI-foto

Rundvleesragout in pindasaus

Een hartige rundvleesragout in een rijke pindasaus, gestoofd tot het vlees heerlijk mals is.

Porties: 6 Bereidingstijd 30 min Vlees
Bevat: melk, noten
Labels worden automatisch bepaald op basis van de ingrediënten en kunnen onjuist zijn. Controleer de verpakking als dit voor jou belangrijk is.

Ingrediënten

Rundvleesragout in pindasaus — ingrediënten: Ui, Rundvlees, Pindakaas, Water, Tomatenpuree, Bouillon

Stappen

  1. Bak de ui in een pan op middelhoog vuur tot hij zacht is.

  2. Zet het vuur hoger, voeg het vlees toe en bak het op hoog vuur aan.

  3. Roer de pindakaas door het koude water en giet dit bij het vlees.

  4. Voeg alle overige ingrediënten toe.

  5. Meng goed en laat het gerecht 1 1/2 – 2 uur met de deksel op de pan sudderen.

    105 min
  6. Roer af en toe door.

  7. Als het vlees heerlijk mals is, haal de laurierblaadjes eruit en gooi ze weg.

  8. Serveer met rijst of aardappelpuree, een lekkere salade en wat verse kruiden.

Dit is een stoofschotel, geen saus die je er even bij roert. Het vlees moet 1,5 tot 2 uur zacht sudderen, en daar hangt alles van af: kies je stukken die geduld lonen, dan krijg je straks vlees dat uit elkaar valt op je vork. Neem je iets wat al mals is, dan kook je het juist kapot. De pindakaas is hier geen smaakmakertje aan de zijkant, maar de ruggengraat van de saus: vet en eiwit uit de pinda binden met het vocht tot iets dromerigs, vol in de mond, zonder dat je er bloem of room voor nodig hebt.

Wat het gerecht wordt, bepaalt vooral één ding: hoe lang en hoe geduldig jij bij die pan blijft. Niet de klok, maar het vlees zelf vertelt je wanneer het klaar is. Begin je te vroeg met opscheppen, dan bijt je op taaie draden; wacht je net dat tikje langer, dan geeft het vlees zich zonder tegenstand over. Dat is geen vaag advies, dat is de kern van stoven: collageen in bindweefsel heeft tijd en vocht nodig om in gelatine te veranderen, en dat proces laat zich niet opjagen, hooguit vertragen door te hard vuur.

Verwacht geen snelle hap. Dit is een gerecht voor een middag waarop je toch thuis bent, de pan op het fornuis met het deksel erop, en je af en toe erlangs loopt om te roeren en te ruiken. Rijst of aardappelpuree erbij is geen toeval: je wilt iets neutraals dat die rijke pindasaus opvangt, en een knapperige salade ernaast om tegenwicht te geven aan al dat zachte en vette.

Het rundvlees is de hoofdrol, dus let op wat je koopt. Vraag bij de slager om vlees uit schouder of sukade, stukken met bindweefsel en een beetje vet dat tijdens het sudderen smelt en het vocht rond maakt. Mager biefstukvlees lijkt een logische keuze omdat er "zonder vet" op het recept staat, maar bedoeld wordt: snijd het zichtbare vet weg, niet: neem een duur mals stuk. Mals vlees heeft weinig bindweefsel, dus na twee uur stoven is het droog en kruimelig in plaats van sappig. Het criterium is dus: hoe taaier het rauw aanvoelt, hoe beter het hier past.

De ui bak je eerst zachtjes, tot hij doorschijnend wordt en een beetje zoet begint te ruiken — dat is het teken, niet een paar minuten op de klok. Dat zachte bakken lost de scherpte van de ui op zodat hij straks oplost in de saus in plaats van als harde stukjes tegen te bijten. Daarna gaat het vuur omhoog voor het vlees: dat dien je aan te schroeien, niet te stoven, want een bruin korstje aan de buitenkant geeft smaakstoffen die je er later niet meer in krijgt. Sommigen zeggen dat dichtschroeien het vlees "verzegelt" zodat het sappig blijft. Dat klopt niet: het vocht ontsnapt gewoon door de structuur van het vlees, schroeien dient puur voor smaak, de bruining zelf, niet voor sappigheid.

Pindakaas is de saus, en daarom kies je hem bij voorkeur met stukjes: die stukjes smelten mee maar geven textuur terug aan een gerecht dat anders helemaal glad zou worden. Heb je alleen gladde pindakaas, prima, dan wordt de saus fluweliger in plaats van rustiek, dat is geen ramp. Het criterium voor vervanging hier is: iets met voldoende vet en eiwit om te binden zonder te schiften. Andere notenpasta's, bijvoorbeeld van cashew, kunnen dat ook, al verschuift de smaak dan natuurlijk mee.

Tomatenpuree en bouillon zijn de basis van het kookvocht: puree geeft zuur en diepte, bouillon geeft zout en lichaam zonder dat je alleen op water hoeft te vertrouwen. Gerookte paprika en cayennepeper zijn er voor rook en een vleugje hitte, in kleine hoeveelheid, zodat ze de pinda ondersteunen in plaats van overstemmen. Laurier geef je de tijd om zijn bittere, kruidige geur af te staan aan het vocht, en daarom haal je de blaadjes er pas aan het eind uit: te vroeg verwijderen en je mist een deel van wat ze te geven hadden.

Je fornuis thuis is hier geen beperking, eerder een voordeel: dit soort stoven vraagt niet om een professioneel fornuis met hoge BTU's, het vraagt om een pan met een goed sluitend deksel en de rust om het vuur laag te houden zodra het vocht eenmaal zachtjes borrelt. Hoger vuur haast het proces niet, het kookt alleen het vocht sneller weg en verbrandt de bodem eerder dan dat het vlees zacht wordt. Geduld is hier letterlijk een ingrediënt: zonder die anderhalf tot twee uur rustig wachten krijg je nooit het resultaat waar de rest van het recept op gebouwd is.

·

Dit recept rapporteren hello@fridge.menu