Krokante ricotta-koekjesAI-foto

Krokante ricotta-koekjes

Knapperige gefrituurde koekjes met ricotta en citroen- of sinaasappelrasp, afgewerkt met poedersuiker.

Porties: 6 Bakken
VegetarischBevat: gluten, melk
Labels worden automatisch bepaald op basis van de ingrediënten en kunnen onjuist zijn. Controleer de verpakking als dit voor jou belangrijk is.

Ingrediënten

Stappen

  1. Doe de bloem in een kom, voeg het bakpoeder, de suiker en de citroen- of sinaasappelrasp toe en roer met een houten lepel.

  2. Voeg de ricotta toe en kneed het deeg met de hand tot het soepel en egaal is.

  3. Wikkel het deeg in plasticfolie en laat het rusten.

  4. Leg het deeg op een licht met bloem bestoven werkvlak en rol het met een deegroller uit tot een zeer dunne lap.

  5. Snijd de lap met een mes of een gekarteld ravioliwieltje in rechthoeken. Maak een inkeping in het midden.

  6. Giet voldoende zonnebloemolie in een koekenpan en verhit deze tot 170 graden.

  7. Frituur de koekjes in porties van 2-3 stuks tot ze goudbruin zijn.

  8. Leg de gebakken koekjes met een tang op een bord bekleed met keukenpapier.

  9. Bestrooi de koekjes voor het serveren royaal met poedersuiker.

  10. Wil je ze in de oven bakken, leg ze dan op een met bakpapier beklede bakplaat en bak ze op 180 graden ongeveer 20 minuten.

    20 min

Wat is aangepast

De frituurolie is vervangen door Zonnebloemolie, een olie die in Nederlandse keukens gangbaarder is.

Dit zijn geen koekjes zoals je ze kent uit een trommel. Het is gefrituurd deeg, dun als een postzegel, met ricotta erin voor de zachtheid en citroenrasp voor de geur. Het hele ding draait om één spanning: het deeg moet dun genoeg zijn om krokant te worden, en toch stevig genoeg om niet uit elkaar te vallen in de olie. Alles wat je doet — kneden, laten rusten, uitrollen — dient die ene balans.

Ricotta is hier geen smaakmaker, het is bindmiddel en vochtbron tegelijk. Daardoor heb je geen ei nodig, geen boter. Het deeg wordt soepel omdat de wrongelkorrels van de ricotta zich door de bloem mengen zonder dat je extra vocht moet toevoegen. Dat is ook waarom je het deeg laat rusten: de bloem moet de tijd krijgen om dat vocht helemaal op te nemen, anders scheurt het deeg straks bij het uitrollen in plaats van mee te geven.

Of je frituurt of in de oven bakt, bepaalt wat je krijgt: in de olie krijg je bubbels en blaren in het deeg, omdat het vocht er explosief uit verdwijnt — dat geeft de echte krokantheid. In de oven droogt het deeg langzamer uit, dus het wordt hard en bros, niet luchtig. Beide zijn goed, maar het zijn twee verschillende koekjes onder één naam.

De bloem is het skelet. Gewone bakkersbloem is prima, je hebt geen bijzondere soort nodig — belangrijker is hoeveel je toevoegt tijdens het uitrollen. Te veel bloem op het werkvlak en het deeg wordt droog en breekt. Gebruik het bestuiven zoals je zout gebruikt: net genoeg om te voorkomen dat het plakt, niet meer.

De rasp van citroen of sinaasappel is geen decoratie, het is de enige smaak naast suiker die dit deeg heeft. Neem de schil van onbespoten fruit als dat kan, anders was je de schil goed met warm water om de waslaag eraf te krijgen. Zonder rasp smaakt het koekje naar niets anders dan olie en poedersuiker — dus sla dit ingrediënt niet over, al staat het er bescheiden bij als "1 stuk".

Bakpoeder zorgt voor de lichte bubbeltjes in het deeg, niet voor een rijzend koekje zoals bij cake. Je ziet het effect pas in de pan: het deeg gaat net iets bollen, als kleine blaasjes onder de huid. Dat is het teken dat het goed gaar wordt, niet een kleur of een klok.

Over de temperatuur van de olie: 170 graden is hier geen willekeurig getal, het is het punt waarop het deeg meteen begint te bubbelen zonder te verbranden voordat het binnenkant gaar is. Heb je geen thermometer — de meeste huishoudens hebben er geen — dan is het teken dit: een stukje deeg erin, het moet binnen een paar tellen omhoog komen drijven en beginnen te sissen, niet langzaam zinken en stil blijven liggen. Zinkt het en blijft het stil, dan is de olie te koud en wordt het koekje vet en slap in plaats van krokant — dat is de echte fout, niet "te lang gebakken".

Sommigen zeggen dat je het deeg heel kort moet laten rusten, of helemaal niet. Nee, want zonder rust trekt het deeg samen zodra je het uitrolt — het veert terug, wordt dik op plekken, en dan bak je ongelijk: dik blijft zacht, dun verbrandt. De rust is geduld, en geduld hoort hier net zo bij als de bloem.

Zonnebloemolie kies je om zijn neutrale smaak en omdat hij hoog verhit kan worden zonder te roken. Een andere neutrale plantaardige olie werkt net zo goed; het criterium is: neutraal van smaak en geschikt om op temperatuur te houden zonder walm. Heb je alleen olijfolie, gebruik die dan niet voor dit gerecht — de smaak vecht met de citroenrasp.

Wie liever niet frituurt, gebruikt de oven: 180 graden, bakpapier, en je wacht tot de randen goudbruin kleuren, de twintig minuten zijn het ijkpunt waarop je voor het eerst gaat kijken, niet het moment waarop je ze automatisch uit de oven haalt.

Dit recept rapporteren hello@fridge.menu