Provençaalse kikkererwtencrèmesoepAI-foto

Provençaalse kikkererwtencrèmesoep

Romige kikkererwtensoep op Provençaalse wijze, verfijnd met verse kruiden en een scheutje olijfolie.

Porties: 4 Voorbereiding 20 min Bereidingstijd 60 min Soepen
Veganistisch
Labels worden automatisch bepaald op basis van de ingrediënten en kunnen onjuist zijn. Controleer de verpakking als dit voor jou belangrijk is.

Ingrediënten

Stappen

  1. Week de kikkererwten een nacht met laurierblad en kombu-wier.

  2. Kook de kikkererwten in ruim water ongeveer 2 uur en voeg aan het einde zout toe.

    120 min
  3. Snijd de lente-ui en fruit deze in een pan met olijfolie.

    3 min
  4. Voeg de in blokjes gesneden wortel en aardappel toe en bak enkele minuten mee.

    5 min
  5. Voeg de gekookte kikkererwten toe en breng op smaak met zout, zwarte peper en verse kruiden.

  6. Doe het deksel op de pan en laat 35 minuten garen.

    35 min
  7. Voeg de gewassen spinazie toe.

  8. Roer door, laat nog even staan en haal de pan van het vuur.

  9. Laat de soep iets afkoelen en pureer daarna met een staafmixer tot een gladde textuur.

  10. Serveer de crèmesoep warm met croutons en een scheutje olijfolie.

Wat is aangepast

Spinazie is vervangen omdat deze groente hier niet gangbaar te koop is.

Dit is in de grond een Provençaalse soupe de pois chiches, en zoals bij elke peulvruchtensoep hangt alles af van de kikkererwt zelf, niet van de klok. Een peulvrucht is een zaadje dat wacht op water. Week je hem niet lang genoeg, dan blijft het hart hard terwijl de buitenkant al zacht is, en dat krijg je er later niet meer uit, ook niet met twee uur extra koken. Weken is dus geen voorbereiding die je kunt overslaan als je haast hebt: het is de helft van het kookproces, alleen dan zonder vuur.

Het laurierblad en de kombu in het weekwater zijn geen smaakmakers in de eerste plaats, dat is een misverstand. Kombu, een zeewier, bevat van nature stoffen die de celwanden van de kikkererwt helpen openbreken, zodat hij gelijkmatiger gaart en minder snel aan de schil knapt. Heb je geen kombu in huis, een gewone keuken hier heeft die zelden, dan kook je gewoon zonder: de soep wordt alleen een fractie minder romig, geen ramp.

Wat je daarna maakt is een plattelandssoep: een bodem van kikkererwten, verrijkt met wortel en aardappel om te binden, afgesloten met spinazie voor de kleur en de frisheid, en op het eind glad gedraaid. Geen gerecht met een vast moment, maar een gerecht dat zegt: kook de erwt tot hij meegeeft, en bouw daar de rest op.

De kikkererwt is hier de hoofdpersoon, de rest is bijrol. Neem droge, niet uit blik: uit blik mis je precies de twee uur waarin de erwt zijn eigen bouillon maakt, en die bouillon is de ruggengraat van deze soep. Gaar is gaar wanneer je een erwt tussen twee vingers fijndrukt zonder moeite, niet wanneer de klok 120 minuten aangeeft. Die twee uur is de ondergrens, een oude, harde oogst kan langer vragen. Zout gaat er pas aan het eind in, omdat zout vroeg toegevoegd de schil verhardt en je dan weer terug bent bij het probleem van de halfgare erwt.

Wortel en aardappel zijn hier geen groenten om zichzelf, ze zijn bindmiddel. De aardappel geeft zetmeel af aan de soep en maakt hem dik zonder bloem of room, de wortel geeft zoetheid tegen de aardse smaak van de erwt. Kies een vastkokende aardappel liever dan een echte kruimige: een kruimige valt al uit elkaar voor hij gaar is en dat hoeft hier niet, want je pureert toch alles. Heb je geen aardappel, dan kan een stuk pastinaak of knolselderij dezelfde dikte geven, zolang het zetmeelrijk genoeg is om bij puree te binden.

De lente-ui wordt eerst gefruit, niet gekookt: in olijfolie, op een vuur waarbij hij zacht wordt en doorschijnend, niet bruin. Bruin worden is voor een ui die karamelliseert, hier wil je alleen dat de rauwe scherpte verdwijnt, dat duurt een paar minuten en je ziet het aan de kleur, niet aan een timer.

De spinazie gaat er pas op het eind in en wordt niet meegekookt, alleen meegewarmd. Spinazie heeft weinig tijd nodig om zijn structuur te verliezen; kook je hem mee met de wortel en aardappel, dan verlies je het frisse groen en krijg je een dovere, grauwere kleur in de soep. Heb je geen verse spinazie, snijbiet werkt op dezelfde manier, iets stugger, dus een halve minuut langer.

De verse kruiden, meestal iets als tijm, rozemarijn of peterselie in die streek, zijn waar de Provence in deze soep zit, niet in een specifiek ingrediënt maar in de gewoonte om te gebruiken wat er in de tuin staat. Daar zit ook de geschiedenis: dit is een boerensoep, gebouwd op wat goedkoop was en lang bewaarde, de droge kikkererwt, en aangevuld met wat vers uit de border kwam.

Op een Nederlands fornuis is er geen bijzonder probleem met dit recept, behalve dat twee uur zachtjes koken op het kleinste pitje nog weleens aankoekt als de pan dun is: zet het vuur zo laag dat je net een trage borrel ziet, niet een kokende golf. Serveer de soep met brood erbij in plaats van de croutons als je dat makkelijker vindt, het principe van knapperigheid tegenover de gladde puree blijft hetzelfde.

Dit recept rapporteren hello@fridge.menu