AI-fotoZonnetjestaart met courgette en spek
Een zonvormige bladerdeegtaart gevuld met courgette, ricotta en spek.
Labels worden automatisch bepaald op basis van de ingrediënten en kunnen onjuist zijn. Controleer de verpakking als dit voor jou belangrijk is.
Ingrediënten

- 2 stuks Bladerdeeg
- 3 stuks Courgette
- 250 g Ricotta
- 2 stuks Eieren
- 100 g Bacon
- 100 g Provolone
- Zout naar smaak
- Zwarte peper naar smaak
- Nootmuskaat naar smaak
- Maanzaad om te bestrooien
Stappen
Was de courgettes, snijd de uiteinden eraf en rasp ze.
Voeg de ricotta en bacon toe aan de courgette en meng goed.
Klop één ei los, voeg zout, zwarte peper en nootmuskaat naar smaak toe en meng nog eens goed.
Snijd de provolone in kleine blokjes en voeg toe aan de vulling.
Leg op een bakplaat één plak bladerdeeg en teken met een kom van ongeveer 12 cm doorsnee een cirkel in het midden.
Verdeel de courgette-ricottavulling in het midden en eromheen, met 1–2 cm afstand van het midden en 1–2 cm van de buitenrand.
Bedek met de tweede plak deeg en druk goed aan om het middengedeelte met vulling te markeren en de buitenrand te sluiten.
Snijd met een mes 16 punten, zonder ze los te maken van het midden van de 'zon': verdeel het deeg eerst in 4 delen en dan elk deel nog in 4.
Draai elke punt 45° omhoog, zodat de vulling zichtbaar is.
Klop het tweede ei en bestrijk het hele deegoppervlak ermee, bestrooi het midden met maanzaad.
Bak in een voorverwarmde heteluchtoven op 180 graden ongeveer 20–25 minuten, tot de korst goudbruin is.
23 min
Dit is in de grond een bladerdeegtaart met een gevulde kern en een krans van opengeklapte punten eromheen — vandaar de naam zonnetje. Het hele mechanisme draait om twee lagen deeg die je rond een bult vulling sluit, en dan in stralen opensnijdt zodat elke punt als een blaadje omhoog kan klappen. Het succes hangt niet af van hoeveel vulling je erin stopt, maar van hoe stevig de twee deeglagen aan de rand aan elkaar plakken: daar, aan de buitenrand, moet het dicht blijven, anders loopt het beslag eruit zodra het deeg in de oven gaat rijzen en bewegen.
Wat het verder bepaalt is vocht. Courgette is voor negentig procent water, en als je dat niet eruit krijgt, kook je in feite je bladerdeeg vanbinnen in plaats van het te bakken. Het deeg rijst door stoom die tussen de botervellen ontsnapt — dat is het hele principe van bladerdeeg, duizenden dunne laagjes die door hitte uit elkaar geduwd worden. Zit er te veel vrij vocht in de vulling, dan wordt die stoom vervangen door gewoon kookvocht, en dat maakt de onderkant slap in plaats van bros.
Sommigen zeggen dat je de courgette moet zouten en laten uitlekken voor je begint. Nee, niet hier: de ricotta en de bacon binden het vocht al voor een groot deel, en de korte, hoge baktijd verdampt de rest sneller dan het deeg kan doorweken — mits je oven écht op temperatuur is wanneer de taart erin gaat, niet pas aan het opwarmen.
De courgette is hier geen smaakmaker op de eerste plaats, maar vooral vocht en structuur: ze rasp je fijn zodat ze zich overal tussen de ricotta mengt in plaats van als klonters te blijven liggen. Neem je iets anders, dan moet het dezelfde twee dingen doen — fijn te raspen zijn en niet te veel eigen smaak opdringen. Een gewone komkommer werkt niet, die geeft te veel los water zonder binding. Geraspte wortel of pompoen kan wel, maar dan verandert de kleur van de vulling en moet je iets langer bakken omdat die groenten harder zijn.
De ricotta is de lijm en de zachtheid tegelijk: ze bindt de courgette en de blokjes kaas tot een samenhangend geheel, en zonder haar zou de vulling uit los courgettedraad bestaan dat er bij het snijden weer uitvalt. Heb je geen ricotta, zoek dan iets met dezelfde korrel en vetgehalte — een roomkaas die luchtig genoeg is, of uitgelekte kwark met een scheut room erdoor. Volle kwark zonder meer is te zuur en te stijf.
Het ei in de vulling is er niet om luchtig te maken, zoals bij een cake, maar om bij het bakken te stollen: het is de kracht die de vulling op zijn plek houdt zodra de taart eenmaal snijklaar is, zodat je bij het aansnijden geen vloeibare massa krijgt. Het tweede ei, buiten op het deeg, is reinste chemie van kleur: eigeel bevat eiwitten die bij hitte bruin reageren, en dat geeft die goudbruine glans. Zonder dat ei blijft de taart bleek, ook al is ze vanbinnen allang klaar.
De bacon en de provolone zijn de smaakdragers, en daar mag je naar eigen smaak schuiven zolang je het principe snapt: de bacon geeft zout en rook, de provolone geeft smeltende kaassmaak en een beetje elasticiteit tussen de hapjes vulling. Vervang de provolone door een andere smeltende kaas met vergelijkbaar vetgehalte — een jonge belegen kaas werkt, een heel droge oude kaas niet, want die smelt stug en geeft geen draad.
Het bladerdeeg zelf is het enige onderdeel waar geduld een echt ingrediënt is: laat het op kamertemperatuur komen voor je het uitrolt of vouwt, anders scheurt het in plaats van te buigen, en een scheur bij de rand is precies waar straks je vulling naar buiten kan lekken. Dat 45 graden omhoog klappen van de punten is geen versiering voor de foto — het zorgt dat de binnenkant van elke punt ook aan de hitte wordt blootgesteld en meebakt tot dezelfde kleur als de rest, in plaats van onderaan wit te blijven.
Voor een gewone keuken in een woning is 180 graden in een heteluchtoven een redelijk doel, maar huishoudovens lopen vaak vijf tot tien graden af van wat de knop zegt, en hete lucht bereikt de bovenkant van de taart sneller dan het midden van de vulling warm wordt. Het teken waar je op moet letten is dus niet de klok maar de korst: goudbruin, stevig als je er met een lepel tegenaan tikt, niet meer glanzend-wit zoals rauw deeg. De 20 tot 25 minuten zijn de ondergrens, geen eindpunt — bij een oven die net iets kouder uitvalt dan hij beweert, mag je gerust vijf minuten langer wachten tot de kleur klopt.