AI-fotoOvenkip met kokosmelk en kerrie
Malse ovenkip met kokosmelk, room en kerrie, geserveerd met basmatirijst.
Labels worden automatisch bepaald op basis van de ingrediënten en kunnen onjuist zijn. Controleer de verpakking als dit voor jou belangrijk is.
Ingrediënten
- 400 g Kipfilet
- 25 g Bloem
- 3 teentje Knoflook fijngehakt
- 1 stuks Ui fijngesneden
- 2 stuks Prei in ringen gesneden
- 2 el Kerriepoeder
- 1 tl Gemalen koriander
- 1 tl Komijn
- 400 ml Kokosmelk
- 100 ml Slagroom
- 100 ml Bouillon
- 100 g Spinazie
- 1 stuks Broccoli in roosjes verdeeld
- 400 g Ananas stukjes en siroop, uit blik
- 1 tl Olijfolie
- 1 tl Boter
- Zout
- Zwarte peper
- 300 ml Basmatirijst
- 50 g Gezouten pinda's
- 1 bosje Peterselie fijngehakt
Stappen
Snijd de kipfilet in reepjes en haal ze door bloem, zout en peper.
Bak het vlees snel aan in een hete pan met olie.
4 minHaal het vlees uit de pan en bak in dezelfde pan de ui, knoflook en prei (voeg indien nodig wat extra olie toe) tot ze zacht zijn.
5 minVoeg de kerriepoeder, koriander en komijn toe en meng goed.
1 minVoeg de kokosmelk, slagroom, bouillon en spinazie toe. Breng aan de kook.
5 minBreng op smaak met sap van de ananas, zout en peper naar smaak.
Schep alles samen met de kip, broccoli en ananas in een ingevette ovenschaal.
Bak in een voorverwarmde oven op 190 graden met hetelucht ongeveer 20-25 minuten.
22 minKook ondertussen de basmatirijst volgens de aanwijzingen op de verpakking.
17 minServeer met de rijst en pinda's en bestrooi met peterselie.
Dit is een currykip die eigenlijk twee gerechten in één pan combineert: een gewone Zuid-Aziatische roux-achtige saus met ui, knoflook en kerrie, en de Nederlandse gewoonte om zoiets dan in de oven af te maken. Dat laatste is niet traditioneel voor curry — curry hoort te sudderen op het vuur tot de saus indikt — maar in een huishoudelijke keuken is de oven net zo goed, en je wint er tijd mee omdat je ondertussen de rijst kunt koken en niet hoeft te roeren.
Wat het gerecht bepaalt is de verhouding tussen vet en vocht in de saus. Kokosmelk en slagroom geven vet, bouillon geeft vocht, en daar zit de speling: te veel bouillon en de saus blijft dun, ook na twintig minuten oven. Te weinig vet en de kerrie proeft stoffig in plaats van rond. De bloem op de kip is hier geen paneerlaagje voor de krokantheid — dat krijg je toch niet in deze korte, hete saus — maar een binder: hij lost gedeeltelijk op in de saus en helpt haar aandikken in de oven.
De zoetzuur-toets van de ananassiroop is het scharnierpunt. Kerrie, komijn en koriander zijn aards en een beetje bitter als je ze te lang droog bakt; de siroop haalt dat recht. Proef daarom voor je het in de oven zet, niet erna — in de oven verandert de balans nog wel door inkoken, maar bijsturen kan dan niet meer zonder de hele schaal weer op het vuur te zetten.
Sommigen zeggen dat je kip altijd eerst goudbruin moet bakken voor de smaak, en dat klopt hier maar half. Bij vier minuten op hoog vuur krijg je geen diepe bruining, dat is te kort — wat je wél bereikt is dat het vlees een korstje zet zodat het zijn sap vasthoudt. De bruining van de smaak komt hierna, van de ui en prei die in datzelfde kippenvet garen tot ze van wit naar lichtgoud kleuren. Dat is het teken om door te gaan, niet een klok.
De kerrie, komijn en koriander bak je apart, één minuut, voor je iets vochtigs toevoegt. Dat is geen gewoonte maar chemie: de smaakstoffen in specerijen zijn vetoplosbaar, en ze geven pas hun volle aroma af als ze kort in heet vet zitten, niet in vloeistof. Giet je ze meteen bij de kokosmelk, dan proef je ze vlakker en minder.
Knoflook kies je vers als je kunt — het poeder uit een potje mist de scherpe bite die hier juist tegenwicht geeft aan de romige saus. Prei vervang je naar het principe van wat zacht wordt zonder te verkleuren en toch body geeft: bleekselderij kan, een extra ui ook, als de structuur van lange, zachte slierten maar behouden blijft.
Kokosmelk en slagroom samen is de vette basis; mis je slagroom, dan compenseer je met iets meer kokosmelk, want het principe is vet-plus-smaak, niet het specifieke zuivelproduct. Bouillon is puur vocht om de saus beweeglijk te houden voor ze de oven ingaat — water met een bouillonblokje doet exact hetzelfde werk.
Spinazie en broccoli gaan er rauw bij, niet voorgekookt: in twintig minuten oven slinkt de spinazie vanzelf in en wordt de broccoli beetgaar, met kleur die nog fris groen is. Kook je hem eerst, dan is hij na de oven grauw en slap — dat is de fout die deze stap voorkomt.
Je Nederlandse oven op hetelucht is hier eigenlijk mild: 190 graden hetelucht komt overeen met wat op gas iets hoger zou staan, en bij ovenschotels met veel vocht is dat precies de bedoeling — je wilt geen snelle korst, je wilt dat de saus rustig doorwarmt en inkookt. Een oven die ongelijk warmt (de meeste huishoudelijke doen dat een beetje, vooral aan de achterkant) merk je hier aan een schaal die aan één kant eerder pruttelt dan aan de andere; draai hem dan halverwege een kwartslag, zonder de deur te lang open te laten staan, want dat kost je meer warmteverlies dan de paar seconden kijken waard zijn.
Basmatirijst is hier bewust gekozen boven de aardappel die in Nederland meestal bij het avondeten hoort: de losse, droge korrel van basmati zuigt de romige curry op zonder zelf papperig te worden, iets wat een aardappel in deze saus niet goed doet. Geduld is hier het ingrediënt dat niet op het lijstje staat: laat de rijst na het koken nog even met de deksel erop staan, dan vallen de korrels uiteen in plaats van te klonteren, en dat lukt niet als je meteen opschept.
De pinda's en peterselie aan het eind zijn geen garnering om mooi te doen, maar textuur en frisheid tegen een gerecht dat verder overal zacht is — de krokante bite en de groene scherpte breken de romigheid juist op het bord, niet in de pan.